Hoe honden leren
 
Veel van wat wij als probleemgedrag beschouwen is vaak normaal hondengedrag. Veel van de gedragingen van een hond zijn, alhoewel voor ons compleet onacceptabel, gewoon dingen die honden doen. Andere dingen waarvan wij willen dat de hond die doet, daar ziet de hond totaal de noodzaak niet van in. Het levert hem niets op, dus waarom zou hij het gaan doen. Dit gedrag zul je hem dus moeten aanleren op een manier dat het voor je hond iets positiefs oplevert.
 
Als we op een juiste manier honden willen opvoeden en trainen, dan zullen we ons moeten verdiepen in hoe een hond leert. Een deel van de tekst uit dit hoofdstuk is gebaseerd op informatie van de website www.doghouserock.nl.
 
 
Leren door verbanden te leggen
Bijna al het gedrag dat een hond vertoont komt voort uit leerervaringen.
 
Voor een groot deel leert een hond via het leggen van verbanden tussen dingen die tegelijk gebeuren. Deze vorm van leren is voor onze omgang met de hond het belangrijkst.
  
 
Even gelijk een paar voorbeelden:
Een border collie komt rennend door een openstaand hek in botsing met een andere hond. Het was een ongeluk, maar de hond ging daarna nooit meer door dat hek wanneer die bepaalde hond in de buurt was.
 
Een hond die regelmatig iets toegeschoven wordt tijdens de maaltijd zal gaan bedelen als mensen aan het eten zijn.
 
Maar een hond gaat ook op commando zitten omdat hij een brokje kan verwachten.
 
 
De situatie, plaats, sfeer en dergelijke zijn ook belangrijk voor het leergedrag van de hond. Als een hond bepaalde commando’s op het trainingsveld goed beheerst, wil dat niet zeggen dat hij ze in een andere omgeving ook goed uitvoert. Een hond die in de huiskamer weet wat het commando zit betekent, weet niet meteen dat er bij het woordje zit op straat hetzelfde van hem wordt verlangd. De situatie is anders, je manier van praten is anders en je lichaamshouding is anders dan in de woonkamer. Dus zul je op straat weer opnieuw moeten beginnen met het aanleren van het commando zit.
 
Een hond leert dus van een herhaling van bepaalde handelingen in bepaalde situaties met telkens hetzelfde gevolg.
 
 
De kracht van belonen
Het gedrag van een hond kun je heel goed beïnvloeden met een beloning. Als je hond doet wat jij wilt, dan beloon je hem zodat hij dat gedrag zal willen herhalen. Belonen kun je bijvoorbeeld met een voertje of een spelletje. Hoe leuker de hond je beloning vindt, hoe sneller hij leert te doen wat jij wilt en hoe gretiger hij het zal doen.
 
Het is mogelijk dat je hond een bepaald gedrag al herhaalt, terwijl het slechts één keer beloond is. Ook bij mensen geldt dit. Als je op een dag in een vuilnisbak een briefje van 100 euro vindt, dan zul je nog weken daarna toch minstens even naar de plek gluren waar je het briefje vond. Ook al weet je dat de kans heel klein is dat je op die plek opnieuw zoveel geld vindt.
 
Het moeilijkst af te leren is gedrag dat zelden wordt beloond, maar waarvoor de beloning, àls deze dan eindelijk bemachtigd wordt, heel groot is. Dat is ook een van de geheimen van de aantrekkingskracht van gokautomaten. Èn de reden dat veel honden bedelen aan tafel.
Een voorbeeld: Je hebt een aansteker en die doet het na drie keer proberen. De volgende keer dat je de aansteker pakt doet hij het niet, maar je hebt geen zin om naar de prullenbak te lopen en je laat hem dus liggen. Daarna ben je vergeten dat hij het niet deed en probeer je hem weer. Nu doet hij het in 1 keer. Je legt hem dus weer bij je en de volgende keer doet hij het na 3 keer, daarna weer na 1 keer en dan doet hij het 5 keer niet. Je wordt gefrustreerd, loopt naar de prullenbak en intussen probeer je het nog een keer en kijk hij brandt. Je zal nu de volgende keer geneigd zijn om tot 10 keer proberen door te gaan en doet hij het dan na 9 keer dan zul je de keer erop geneigd zijn tot 15 keer door te gaan. Zo werkt het ook in het gedrag van de hond.
 
Beloning is dus een heel machtig middel, als je het maar in jouw voordeel weet te gebruiken.
 
 
Het moment van belonen
Het moment van beloning is zeer belangrijk. Je hond moet namelijk een verband kunnen leggen tussen zijn gedrag en de beloning. Als de beloning vóór het gedrag komt, of vijf minuten erna, dan zal de hond nooit een verband zien. Als je bijvoorbeeld bij het aanleren van de zit pas 5 seconden nà het moment waarop je hond ging zitten de beloning geeft, dan is je hond inmiddels al opgestaan, heeft hij ergens aan gesnuffeld, naar andere honden gekeken en tot slot een bijtje nagejaagd. Je hebt dan dus niet het zitten beloond, maar het najagen van het bijtje.
 
 
Het moment van belonen kun je vergelijken met het nemen van een foto. Als je een bepaald gedrag wilt fotograferen, druk je niet voor, niet na, maar precies tijdens het gedrag af. Goed timen van je beloning is de enige manier waarop je je hond kunt vertellen wat je van hem wilt, welk gedrag je graag wilt terug zien.
 
 
Het is erg handig om je hond een signaaltje te leren waarmee je hem vertelt: "wat je nù doet is goed en daarvoor krijg je een beloning". Het signaal kan van alles zijn. Bijvoorbeeld een woordje of een bepaald geluid. Voor de meest duidelijke communicatie met je hond moet het signaal het liefst kort zijn. En het moet een signaal zijn dat je hond goed zal opvallen omdat hij het niet vaak hoort. Bijvoorbeeld de klik van de clicker of een engels woordje (bijvoorbeeld: good! of fling!) Het aanleren gebeurt heel eenvoudig door het signaal (click, woordje) steeds binnen 3 tot 5 seconden te laten volgen door een beloning. Binnen 5 tot 10 herhalingen heeft je hond dit signaal leren herkennen.
 
Als je je hond vervolgens wilt belonen, dan geef je op precies het juiste moment het signaal (click of woordje) en daarna geef je hem binnen 3 tot 5 seconden een beloning (bijvoorbeeld een voertje of spelletje).
 
Hierboven hebben we verteld dat gedrag dat het moeilijkst af te leren is, gedrag is dat zelden wordt beloond. Dat kun je natuurlijk ook in je voordeel gebruiken. Als je gedrag aan het aanleren bent, dan beloon je elke keer als je hond het goed doet. Als hij het gewenste gedrag eenmaal weet, dan ga je over op af en toe belonen (dat heet interval belonen) met een voor jouw hond grote beloning. Dus iets erg lekkers of een leuk spelletje. Op die manier zorg je ervoor dat je hond het gewenste gedrag ook blijft vertonen. Want voor je hond is het dan de grote vraag of hij deze keer dat hij het juiste gedrag vertoont de felbegeerde beloning zal krijgen. Je moet wel zijn hele leven af en toe blijven belonen, want anders zal het gedrag weer uitdoven. Daarover staat hieronder meer.
 
 
Gedrag afleren
Een eerste manier om je hond iets af te leren, is ervoor te zorgen dat het gedrag niet meer beloond wordt.
 
 
Een voorbeeld:
Een hond jankt om aandacht. De baas reageerde hier altijd op. Soms meteen, soms iets later, soms vriendelijk, soms boos. Dan reageert de baas een keertje helemaal niet. De hond zal dan in eerste instantie steeds harder gaan janken, omdat dat in het verleden meestal alsnog de gewenste aandacht van de baas opleverde. De hond zal dit ook enige tijd volhouden en zelfs gaan blaffen, want de baas reageerde in het verleden ook niet altijd meteen. Maar op een gegeven moment houdt het gedrag toch op, meestal na een laatste, ergste verheviging van zijn ongewenste gedrag. De eerstvolgende keer zal de hond het weer proberen, maar zal hij iets minder lang aanhouden. En zo verder, totdat de hond het tenslotte helemaal opgeeft. Dit is het uitsterven of uitdoven van gedrag.
 

Bij deze methode schuilt een addertje onder het gras. Als de baas namelijk niet volhoudt en toch een keer aandacht schenkt aan het gejank, dan zal de hond het de volgende keer nòg hardnekkiger volhouden. Hij heeft nu namelijk geleerd dat de aanhouder wint! Het is dus belangrijk om als baas heel consequent te zijn en door te zetten.
Als de baas dat hij het ‘niet reageren’ niet vol kan houden, dan kan hij op het moment dat de hond begint direct de kamer uit te lopen. Het doel van de hond was aandacht en vertrek van de baas betekent einde van de mogelijkheid tot aandacht. Het gedrag van de hond heeft geen succes en stopt.
 
 
Een tweede manier om een gedrag af te leren is de afwezigheid van het gedrag te belonen, terwijl je het gedrag zelf negeert.
Dit werkt iets sneller dan de vorige methode, omdat je de hond een duidelijk alternatief gedrag biedt dat direct iets oplevert.
 
 
Voorbeeld:
Als een hond tegen je opspringt, negeer je hem terwijl hij springt (waardoor dit gedrag "uitsterft") en beloon je hem zodra hij vier poten op de grond heeft. De eerste tijd beloon je hem geregeld als hij vier poten op de grond houdt. Vervolgens bouw je de beloningsfrequentie rustig af.
 
 
 
Een derde veelgebruikte manier is het aanleren van een gedrag dat de hond onmogelijk kan combineren met het ongewenste gedrag.
 
 
Voorbeeld:
Een hond kan niet tegelijkertijd in de mand liggen tijdens het eten en aan tafel zitten bedelen. Een hond kan ook niet tegelijk tegen iemand opspringen en zitten of liggen.
 
 
Het bedenken van een dergelijk zogeheten 'onverenigbaar gedrag' vraagt soms wat moeite, maar het is vaak een uitstekende manier om ongewenst gedrag af te leren.
 
 
Onderstaand stukje waarin wordt verteld dat honden egoïsten zijn, kwamen we tegen op internet. Het geeft zo leuk en duidelijk aan hoe de relatie tussen hond en baas in elkaar zit dat we het hier willen vermelden.
  
 
Honden zijn egoïsten...
 
Dat is op zich helemaal niet negatief. Het zijn misschien wel de meest beminnelijke egoïsten die wij kennen. Bovendien zijn ze uiterst vriendelijk en in de regel vermijden ze liever conflicten. Maar je moet er wel van doordrongen zijn: honden doen en herhalen datgene dat voor hen loont, en zij laten dat wat geen succes oplevert. Honden zijn op hun eigen voordeel uit en pakken dat wat ze kunnen. Hierbij is geen enkele sprake van kwade wil. Ze verschillen hierbij geenszins van enig ander levend wezen – inclusief de mens!
 
Maar wees niet bang. Wij zijn niet willoos aan hun doen en laten overgeleverd. Feitelijk geldt het omgekeerde. Want uiteindelijk hebben WIJ alles in de hand wat onze hond interesseert. Wij beschikken over alles wat zij nodig hebben: voer, aandacht, een dak boven het hoofd, veiligheid en zekerheid. Dit beheren wij allemaal. Men noemt dit 'controle over de bronnen'. Deze 'bronnen' kunnen wij nuttig gebruiken. Wij gebruiken ze als ruilmiddel om de hond ertoe te brengen met ons samen te werken. "Als jij doet wat IK wil, dan krijg jij wat JIJ wilt". Als wij de regels hiervoor bepalen, werkt onze hond graag met ons mee. Feitelijk is de hond op zijn eigen voordeel uit – en daarbij kan hij op geen enkele manier om ons heen. Eigenlijk heel erg eenvoudig, toch?
 
... en honden zijn geheel aan ons overgeleverd!
 
Daarbij moeten wij één ding niet vergeten. Juist omdàt wij controle over alle bronnen hebben en daarmee de beschikking hebben over alles wat in een hondenleven belangrijk is, dragen wij een enorme verantwoordelijkheid voor alles wat er in het leven van de hond gebeurt. Wij zijn het onze hond verschuldigd om bewust en verantwoordelijk met hem om te gaan. Wij bepalen het hele leven van onze hond. Daarmee zijn wij hem verplicht om ons diepgaand bezig te houden met zijn gezondheid en zijn natuurlijke behoeften.

 Terug