Het gebit en de verzorging

Net als bij ons, moet het gebit bij de hond ook goed verzorgt worden. Bij honden kun je ze speciale tandenborstelkluifjes geven. Dat houdt het gebit van de honden gezond. Door geregeld poetsen, voorkom je dat zich tandsteen en aanslag gaat vormen die het honden gebit aantasten. Als dat het geval is zult u het door de dierenarts moeten laten verwijderen. Tandsteen veroorzaakt niet alleen rotte kiezen, maar kan, net als bij de mens, andere kwalen tot gevolg hebben. Rede genoeg om het gebit wekelijks te controleren. Er is ook speciale hondentandpasta in de handel zonder een smaakje. Vraag er je dierenarts na. Je  kan ook een kindertandpasta gebruiken. Neem een kleine tandenborstel voor het verzorgen van de tanden van je hond.
 

 Honden die veel zachte voeding krijgen, zullen veel plak en tandsteen hebben dan honden die regelmatig hard voer eten. Laat je hond veel en vaak kouwen aan een groot hard gekookt bot of een buffelhuid.

 
 

Doorkomen en wisselen tanden van de hond. Tanden melkgebit en  blijvend gebit.

Snijtanden  4 - 6 weken en dan weer 3 - 4 maanden
Hoektanden 3 - 5 weken  en dan met 3 - 5 maanden
Premolaren (valse kiezen) 5 - 6 weken en met  4-5 maanden
Molaren ( de ware kiezen) 4 - 6 maanden
   





Fouten  kaakvormen!
Soms komt het voor dat de gebitselementen niet goed in orde zijn of dat de stand van het gebit niet goed is. 

Bij de hond groeien de vier delen van de hondenkaak (onder, boven links en rechts) afzonderlijk van elkaar. Daardoor kan het gebeuren dat de kaak scheef kan gaan groeien.
Soms kan men dat zien aan een afwijkend profiel van de snuit. Het kan zijn dat honden door deze afwijkingen knoeien met drinken en/of slecht kunnen kauwen. 




 

Opbouw van het gebit.
Pups worden zonder tanden of kiezen geboren. De eerste melktanden verschijnen op een leeftijd van 2 – 4 weken midden voorin de bek, en in de loop van de tijd verschijnen ook de rest van de melktanden en kiezen, een voor een verschijnend van voor- naar achterin de bek.  Het melkgebit is compleet op een leeftijd rond de twee maanden, en bestaat dan uit 28 tanden en kiezen. Daarna wisselt het melkgebit, en wordt vervangen door het blijvende gebit. Het wisselen begint op een leeftijd van 3 – 4 maanden, en begint ook weer  van voor af aan: eerst wisselen de middelste voortanden, daarna de tanden daarnaast, en zo gaat het verder totdat ook de achterste melkkiezen vervangen zijn. Bij dat wisselen duwt de blijvende tand de melktand uit de kaak, waarna deze uitvalt. Het wisselen is compleet op een leeftijd van 6 – 7 maanden. Het blijvende gebit bestaat dan uit 42 tanden en kiezen.

 

Voor een goed begrip van mogelijke gebitsproblemen is het belangrijk dat bekend is hoe het gebit van de hond is opgebouwd. Zoals op het plaatje te zien is bestaat een tand uit 3 delen: kroon, hals en wortel. De wortel zit met allerlei weefsels en vezels, het parodontium, vast aan het kaakbot. Ter hoogte van de hals sluit het tandvlees dicht aan op de tand. De kroon wordt beschermd door een laagje glazuur. Oorspronkelijk is het gebit van hond en kat, beide carnivoren, bedoeld op prooidieren te pakken, in stukken te scheuren, en te verkleinen. Achterin de bek staan daarom de scheurkiezen met puntige vormen. De hond wordt geboren zonder snijtanden, hoektanden of kiezen. Als de pup ongeveer 20 dagen oud is beginnen de tanden door te komen.

Persisterend melkgebit.
Hiermee wordt bedoeld dat een melktand- of kies blijft zitten terwijl de blijvende tand of kies al doorkomt. Normaal gesproken duwt de blijvende tand de melktand naar buiten, en lost daarbij geleidelijk aan de wortel van de melktand op, waardoor deze uitvalt. Soms gebeurt het dat de wortel van de melktand niet goed oplost, waardoor de blijvende tand gedwongen wordt naast de melktand door te komen. Deze twee tanden zitten dan naast elkaar op de plaats waar een van hen hoort te zitten. Omdat er in de kaken niet veel ruimte over is, zie je dan vaak dat de tanden scheef gaan staan, met als gevolg dat deze tanden veel gevoeliger zijn voor het ontstaan van tandplak en ontstekingen. Door een grote afwijkende stand van tanden en kiezen kan ook de ontwikkeling van de boven- en onderkaak verstoord worden. Deze afwijkingen, het aanwezig zijn van dubbele tanden en soms ook kiezen, komt vooral voor bij kleinere hondenrassen. Vaak worden bij persisterende of dubbele melkhoektanden gezien, en ook persisterende of dubbele snijtanden komen nogal eens voor.

 


Dubbele snij- en hoektanden.

Omdat persisterende melktanden kunnen leiden tot levenslange problemen, is het van belang om bij honden van kleinere rassen goed op het gebit te letten, vooral op een leeftijd van 3 - 7 maanden. Zodra u ziet dat een blijvende tand doorkomt, terwijl de melktand nog niet is uitgevallen, is het aan te raden naar de dierenarts te gaan om het gebit te laten onderzoeken. In het algemeen geldt dat hoe eerder een persisterende tand eruit gehaald wordt, hoe groter de kans dat de blijvende tand toch nog goed doorkomt, en hoe kleiner de kans dat er op oudere leeftijd problemen ontstaan.

Een gezond gebit zonder tandsteen, met gezond tandvlees dat mooi aansluit op de tanden en kiezen.
   
Afwijking: Door de dubbele tanden en kiezen  ontstaat al bij de pup veel tandplak en  tandsteen met terugtrekkend tandvlees.

Wat te doen bij tandvleesontsteking?
Dan kan de dierenarts kan het gebit schoonmaken. Dit gebeurt meestal onder algehele verdoving. Soms wordt er aansluitend een antibioticum worden gegeven.

Waarom is het belangrijk dat wij hondeneigenaars aandacht hebben voor het gebit de hond.
Tandbederf veroorzaakt ook bij onze honden pijn. Wij mensen kunnen precies aangeven dat ze pijn hebben, dieren niet.  Ontstoken tanden en kiezen kunnen oorzaak zijn van ontstekingen elders in het lichaam. Bij onvoldoende verzorging zal op de tanden en kiezen tandplak ontstaan dat langzaam verandert in tandsteen. Hierin huizen vele bacteriën die een onaangename stank uit de bek veroorzaken. De hond  wordt daardoor als huisgenoot minder aantrekkelijk. 

Tandplak en tandsteen.
Oorspronkelijk is het gebit van hond  bedoeld om prooidieren in stukken te scheuren en te verkleinen. Dat betekent dat de kiezen flink wat werk moesten verrichten. Tegenwoordig krijgen de dieren grotendeels voer wat bestaat uit brokken, blik of tussenvormen daarvan. Het gebit hoeft veel minder werk te verrichten. Verscheuren is er al helemaal niet meer bij, en ook kauwen is vaak niet meer nodig. En die enkele vogel of muis door de kat gevangen, wordt niet vaak met huid en haar gegeten. Daardoor wordt de tandplak die altijd op tanden en kiezen ontstaat niet meer weggeschuurd. Tandplak bestaat in eerste instantie uit een neerslag van bacteriën die leven van voedsel- en speekselresten. Door de mineralen in speeksel kan tandplak verkalken tot het harde tandsteen, wat vaak vooral tegen het tandvlees op de kroon van de tand ontstaat. Tandsteen is ruw, waardoor daarop nog meer tandplak afgezet wordt, wat weer verkalkt. Zo kunnen uiteindelijk dikke lagen tandsteen op het gebit ontstaan. Dat er zich in de bek van het huisdier een ziekte aan het ontwikkelen is, blijkt uit de vieze geur die uit de bek van het dier komt.

Bij welke klachten kan het gebit wel eens de oorzaak zijn:

  • Stinken uit de mond.

  • Tandsteen.

  • Veranderd eetgedrag: niet of moeilijk eten.

  • Krabben aan de snuit of met de snuit ergens langs schuren.

  • Pijn bij aanraken van de kop. 

Aanwezigheid van bruin verkalkt tandsteen, met rood ontstoken tandvlees wat al duidelijk teruggetrokken is.

   
Een vergaande vorm van verwaarlozing van het gebit: de tanden zijn bijna volledig bedekt met tandsteen, waarbij het tandvlees teruggetrokken is en een dikke laag ontsteking producten de tandhalzen en kaakbot bedekt
   
Een schoongemaakt gebit. 
Hier is duidelijk hoever niet alleen het tandvlees, maar ook het kaakbot zich kan terugtrekken. Dit zal nooit meer herstellen.

Bronvermelding + foto's: Ellen Wijnands.